Persoonlijke hulpmiddelen

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Navigation

Navigation
Menu de navigation
U bent hier: Home / VRIJE TIJD / Cultuur / Patrimonium / Patrimonium
Document acties

Patrimonium

Le Rocheux

De 'Kaser' of 'Câser' is een geheel woninkjes in vakwerk en bepleisterde baksteen uit het eerste kwart van de 20ste eeuw, die voor de arbeiders van de kalkovens werden gebouwd. Ze vormen een oude kroon van de mijn in Rocheux (zink en lood).  De huizen lijken aaneen geplakt en de muren zijn van leem. Ze hebben een dubbele gevel en een verdieping omdat elk huis voor twee gezinnen moest dienen. Elk gezin had twee kamers van vijf meter op vijf, de ene was een woonkamer met een open haard en de andere was de slaapkamer.

Het natuurreservaat van Rocheux: op de site van Rocheux bestond een mijn die van 1857 tot 1880 haar glorietijd beleefde en tot 450 arbeiders tewerkstelde. Aristide Dethier, een ingenieur uit Theux, deed rond 1850 onderzoek naar oude afzettingen van mineralen uit de Middeleeuwen. Hij richtte toen de Société du Rocheux op omdat men op deze plek op een diepte van 36 meter ijzer had gevonden. Er werden (150) putten gedolven om het ijzer te ontginnen en men ontdekte er eveneens zink, lood en pyriet. De metaalrijkdom van de concessie werd gevormd door een grote ertsader die over een lengte van 3000 meter van noord naar zuid liep en 100 tot 150 meter breed was. Tussen Oneux en Rocheux kwam hij over een lengte van 1200 meter aan de oppervlakte. In 1862 verleende een internationale jury van de Wereldtentoonstelling van Londen de Société du Rocheux et d'Oneux een octrooi en een medaille van eerste klasse voor de kwaliteit van haar producten. Op deze uitzonderlijke site hebben zich metaalslakken en afval van mineralen opgehoopt waardoor zich een heel bijzondere en zeldzame flora en fauna kon ontwikkelen. De site van Rocheux biedt diverse natuurlijke milieus waardoor het tegenwoordig een natuurreservaat is. In 1949 werden ook de haldes met zinkslakken van Rocheux als Waals erfgoed geklasseerd. Hun belang is eveneens op Europees niveau erkend, ze zijn namelijk in Natura 2000 opgenomen.

La Bouxherie

Bouxherie 1.jpg
 
Dit gehucht van twee huizen en een nabij gelegen smidse aan de oever van de Hoëgne herinnert aan de metaalnijverheid die er van de 15de tot de 18de eeuw actief was.
De meeste auteurs denken dat het Waalse werkwoord 'bouhi' 'kloppen' betekent, vandaar de plaats waar men klopt. Volgens de etymologie van J. Haust en als meest waarschijnlijke uitleg denkt historicus P. Den Doove dat 'bouhis' 'samenvoeging van struiken' betekent. Op deze braakliggende plaats was aan het einde van de 15de eeuw een industriële vestiging met deze naam gevestigd.
In februari 1498 vermeldde een oprichtingsakte van la Bouxherie dat de vestiging onmiddellijk met haar activiteiten begon en de naam van de eigenaar, Pirot Boniver, kreeg.

In 1550 bezat la Bouxherie twee smidsen: De grote en de kleine, en Lambert Boniver liet een 'nieuw' huis bouwen. De 17de eeuw was een florissante periode met zijn vijf zonen, met name onder Jean Boniver die de smidsen wederopbouwde, de ene in 1662 en de andere in 1676. De familie Boniver is een zeer oude en belangrijke familie meestersmeden uit Theux. Ze leverde het stadje Theux elf burgemeesters. In de schaduw van een eeuwenoude boom is de woning van de meestersmeden in zand- en kalkstenen blokken uit Franchimont in Maasstijl, een parel van het erfgoed. Te bewonderen: de daklijst die met raven in de vorm van eikels versierd is, de deur met metaalbeslag, de toegangstreden die aan weerszijden met een steunsteen zijn afgeboord, de dakvenstertjes, de schoorstenen, de schikking van de vensters met vensterkruisen, maar vooral het harmonieuze geheel in de Maasstijl uit de renaissance.