Persoonlijke hulpmiddelen

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Navigation

Navigation
Menu de navigation
U bent hier: Home / VRIJE TIJD / Folklore / Chevalerie de l'Ordre du Chuffin

Le Chuffin

CHEVALERIE DE L'ORDRE DU CHUFFIN

Le Chuffin

Het symbool van de Chevalerie (ridderstand) dat door René Lahaye ontworpen werd, is een uil (in oud-Frans: chuffin). Hij werd gekozen als herinnering aan de uil die in 1968 over de toneelspelen van Franchimont vloog en alle deelnemers vertrouwd was geworden. Hij symboliseert zo de oorsprong van de Chevalerie en deze belangrijke historische plaatsen die het kasteel van Franchimont en het Perroen zijn en die eveneens op ons wapenschild voorkomen, herinneren aan onze verknochtheid aan de hoofdbank van Theux.
 

Geschiedenis

Op 30 oktober 1968, op de dag dat de feestelijkheden voor de 500ste verjaardag van de slag van de zeshonderd Franchimontezen werden afgesloten, ontstond de Chevalerie de l'Ordre du Chuffin. Het doopsel ging nog dezelfde dag op de trappen van het Perroen door; er werden een Grand Commandeur (groot-commandeur) ingehuldigd: Louis CLOSSET en 3 commandeurs: Roger CARO, René LAHAYE en Gilbert UNDORF. De vereniging werd naar een idee van René Lahaye opgericht door een groepje mensen die aan deze feestelijkheden en meer bijzonder aan het Jeu de Franchimont hadden deelgenomen om het enthousiasme dat dit grote evenement had opgewekt, niet weer te laten verloren gaan. Het comité, Grand Conseil (Grote Raad) genoemd, stelde onmiddellijk zijn doelen vast: de plaatselijke folklore beschermen, de roemruchte momenten van de geschiedenis van Theux laten herleven, grote mensen eren, het architecturale erfgoed promoten en het culturele leven in Franchimont bezielen.

Sinds eind 1968 werden onder de leiding van de commandeurs drie afdelingen gesticht: de 'Compagnons de la Basoche' (toneel), de 'Ménestrels' (oude muziek) en 'la Compagnie des Archers' (boogschutters). Het eerste evenement van de Chevalerie was van muzikale aard: op uitnodiging van Roger Caro, de prins van de Ménestrels, kwam René Zosso op 6 december 1968 naar Saint-Roch om er een verrassend repertoire te zingen, van gregoriaanse gezangen tot drinkliederen van de 10de tot de 20ste eeuw. Op 26 april 1969 organiseerden Gilbert UNDORF en zijn boogschutters in de gemeentezaal van Juslenville eveneens een nooit geziene voorstelling: 'Duel et Escrime', een samenvatting van wapengebruik doorheen de eeuwen, met een schermwedstrijd van de 'cercle L'épee'. De groot-commandeur van la Basoche, René Lahaye, liet zijn gezellen middeleeuwse kluchten repeteren die onder meer op de eerste Franche Foire werden opgevoerd. In 1969 werden twee nieuwe afdelingen opgericht: de 'Annuytants du Vert Bouc': de jonge opgravers van het kasteel stemden onder leiding van hun prins Renaud Gillard de violen met de Chevalerie voordat ze als de Compagnons de Franchimont hoge toppen scheerden terwijl onder leiding van Fernand Braipson de historische afdeling, les Chroniqueurs du Marquisat genoemd, tot stand kwam. Op 25 oktober 1969 vond de eerste inhuldiging plaats op het kasteel van Franchimont; een ceremonie die geïnspireerd was op de middeleeuwse ridderriten werd op punt gesteld: aanroeping van de Chuffin, zuivering met het reinigende water uit de put, ridderslag met het zwaard dat in de kapel gezegend was, ... Deze ceremonie zou elk jaar herhaald worden waardoor de titel van 3 Chevalier verleend kon worden aan 208 verdienstelijke leden en de titel van 'Connétable' (opperbevelhebber) aan 104 mensen die buiten de Chevalerie uitmuntende diensten hebben bewezen, hetzij aan de maatschappij, hetzij aan Franchimont.
In 1970 ontstond er een nieuwe traditie en op 24 januari vieren de Archers met de hele Chevalerie hun patroonsheilige, Sint- Sebastiaan, en werd de Koning geschoten. De eerste edities vonden in alle pracht en praal plaats met een gekostumeerde stoet waarbij het monster Gorr door Theux getrokken en vervolgens terechtgesteld werd, een dankmis en tot slot een vuurwerk. Dankzij deze ceremonie, die over het algemeen bescheidener is geworden, behalve in 2008 toen de 40ste verjaardag van de Chevalerie gevierd werd, konden er tot op heden 33 Koningen verkozen worden (waarbij sommigen hun mandaat door hun bedrevenheid verlengden). Nog in 1970 richtte de afdeling van de Chroniqueurs du Marquisat in de Cercle Paroissal van Theux een grote tentoonstelling in over de oorlog van 1940-1945 die twee maanden open zou blijven. Het was het begin van een hele reeks tentoonstellingen, met in 1980 onder meer: 'La Vie à Theux' (het leven in Theux) in de 19de en 20ste eeuw in de rue de la Chaussée en dan vanaf 1985 jaarlijkse tentoonstellingen in de 'Galerie de la Marotte' en nadien in de gemeentebibliotheek. Eind 1970 werd er een nieuwe afdeling opgericht: 'les Baladins de Taillevent', een groep folkloredansers die zich al snel in middeleeuwse en renaissancedansen zou specialiseren. Onder leiding van hun dansleraar, Marcel Beaujean, genoten de Baladins al snel een gunstige reputatie, niet alleen in België, maar ook daarbuiten. Ze waren te zien op de 'Franches-Foires' in Franchimont, de 'Fêtes du Festin' in Lessines, op het 'Festival international Kalinka' in Namen, de middeleeuwse feesten in Chimay, op het Festival van Grenoble, en dat van Burga in Roemenië. Toen de Baladins steeds meer leden kregen, begonnen ze in twee ateliers te werken: enerzijds renaissancedansen, en anderzijds Waalse en buitenlandse dansen.

In 1971 kwam er een nieuwe afdeling tot stand: 'la Chuffilm', op initiatief van Raymond Benoit en Jean-François Peret. Ze zou de modernste technieken met de folklore verzoenen. Dankzij de goed uitgeruste labo's konden heel wat amateurfotografen zich vervolmaken en de exposities lieten alle oude hoekjes van Theux in alle seizoenen herleven. Rond 1980 werden de activiteiten gestaakt, maar de kern van de groep begon met een lokale cultuurradio: Radio Franchimont. Onder impuls van Roger Caro werden er overal in de gemeente concerten georganiseerd. In 1970 'Musique de la Renaissance' in de parochiekring van Theux, 'Musique au temps de Shakespeare' in de kapel Saint-Nicolas in Marché, een klavecimbelrecital door Melle Van den Driessche in de kerk van Theux en door C. Koenig in de kerk van Juslenville. En in 1977 was er het eerste festival Pascal Taskin in het Institut Saint-Roch: drie dagen die door muzikanten van internationale faam opgeluisterd werden. Zo veel concerten, dat moest wel tot de oprichting van een eigen muziekafdeling leiden en in 1978 verschenen de 'Zimtheux'. Onder leiding van de nieuwe prins van de Ménestrels, Roger Maréchal, verwierf deze folklore- en renaissancemuziekgroep al snel een benijdenswaardige reputatie. Ze begeleidt soms de optredens van de Baladins maar heeft ook een eigen voorstelling die een feest voor ogen en oren is. Ze komen naar alle belangrijke evenementen: Franche Foire en voorstellingen in Franchimont, evocatie van de 'Entrée de Joseph II' (Blijde Inkomst van Jozef II) in Spa, het Festival van Scheveningen (NL). In 1995 nam Sylvie Noël de fakkel over, voor Jean Rouault, een oude getrouwe van de afdeling die overigens ook erg gegroeid is.

Op 20 februari 1982 zette Radio Franchimont zijn eerste pasjes op de radiogolven van Theux. Ze zonden uit vanuit de oude lokalen van Chuffilm die in studio's waren omgetoverd. Maar RFT verhuisde al snel naar de tweede verdieping van het gemeentegebouw dat dankzij de hulp van leden en sympathisanten gerestaureerd was. En op 28 februari 1983 kon voorzitter Pascal Dombard de nieuwe installaties met studio's en een vergaderzaal officieel inhuldigen. Het radiostation verzorgde 15 jaar lang elk weekend een volledig programma dat door vrijwilligers dj's en technici werd uitgewerkt en uitgevoerd. Het was een gevarieerd kwaliteitsprogramma dat op de behoeften van de plaatselijke luisteraars inspeelde. Eind 1995 stopte Radio Franchimont met uitzenden. In 1989 voegde de groep Excalibur zich na een briljante voorstelling op Franche Foire bij de Chevalerie. Tot in het midden van de jaren 1990 breidde Excalibur onder impuls van zijn oprichter Willy Wafflard zijn reputatie en zijn actieveld uit door middeleeuwse, ambachtelijke manifestaties en andere feesten op te vrolijken. Hun gezang en muziek, zowel de onstuimige als de romantische, weerklonken van Franchimont tot in Bergen en Maredsous. Toen Excalibur ontbonden werd, nam de groep Octarine het onder leiding van Emmanuel Forain over. Die ondervond heel wat moeilijkheden om vrijwilligers-muzikanten te vinden, het belangrijkste kenmerk van alle leden van de Chevalerie van in 1968 tot op heden. In 1996 ging de Compagnie de la Verte Tente samen met de Chevalerie, en herinnerde zo iedereen aan het feit dat de Middeleeuwen erg strijdlustig waren verlopen. Het gekletter van hun wapens en harnassen weerklonk steeds harder en verder en maakte de Chevalerie steeds beroemder. Dankzij de Compagnons vertrokken er in 1998 en 2003 opnieuw 600 Franchimontezen naar Luik, naar de 530ste en 535ste verjaardag van het eeuwenoude epos. De afdeling heeft de Chevalerie spijtig genoeg niet lang overleefd. Maar in 2008 herleefde de 'Marche sur Liège' (Mars op Luik), een gemeenschappelijke organisatie van het Syndicat d'Initiative en het Cultureel centrum van Theux die met de Chevalerie samenwerkten.
Het juweeltje van de Chevalerie is zeker de beroemde Franche Foire op het kasteel die ook een traditie is geworden in Franchimont. In december 1970 werd de organisatie van een middeleeuwse jaarmarkt in de zomer namelijk op voorstel van Maurice Corne eerst door de Chroniqueurs, dan in de Grand Conseil besproken. Begin 1971 werd er een gedetailleerd project opgesteld dat aan het gemeentebestuur en het Syndicat d'Initiative werd voorgelegd en concreet op de eerste Franche Foire van 1973 uitmondde. De overzichtstentoonstelling van deze dertig jaar bood een indrukwekkende reeks concerten en conferenties over alle mogelijke onderwerpen (twee daarvan bleven voor altijd in het geheugen van de toehoorders gegrift: 'L'Univers des Astronautes' van Arsène Boury en 'la Fenêtre de Theux' van Paul Pahaut), historische tentoonstellingen, toneelvoorstellingen die weinig bekende plekken zoals de tiendenhoeve, de boerderij van la Chapelle, de tuinen van Limbourg, de kapel van Saint-Nicolas in het voetlicht plaatsten. Het is onmogelijk om alle activiteiten van alle afdelingen te vernoemen, maar we vermelden dat de Archers met hun jachtschieten (Field) schutters uit alle hoeken van Europa naar Theux hebben gehaald, dat de Baladins zowel binnen als buiten België vruchtbare contacten onderhouden en dat de Zimtheux constant gevraagd worden om steeds verder festiviteiten op te luisteren. De Chroniqueurs hebben met hun tentoonstellingen, publicaties en andere expressiemiddelen verhinderd dat heel wat evenementen, personages of plaatsen van weleer vergeten werden.

Veertig jaar zijn sindsdien verlopen, sommigen hebben ons helaas voorgoed verlaten, anderen zijn naar elders vertrokken, maar hun plaatsen zijn door anderen ingenomen. Zij werken met even veel enthousiasme samen met de anciens van het eerste uur. De Chevalerie blijft zijn eerste ideaal getrouw: het culturele leven in Theux promoten en meer bepaald de plaatselijke geschiedenis en folklore. Ze kan de toekomst met vertrouwen tegemoet zien en zonder angst een nieuw engagement van minstens even lange duur aangaan.
 

Contactpersonen

Website: www.chuffin.be
E-mail : aW5mb0BjaHVmZmluLmJl

Het algemene comité (de Grand Conseil - Grote Raad): Z3JhbmRjb25zZWlsQGNodWZmaW4uYmU=

Voorzitter (Groot-Commandeur): Philippe DETHIER
Mont 23 - 4910 THEUX - cGhpbGlwcGUuZGV0aGllckBnbWFpbC5jb20=

Secretaris (Grand Scribe - groot-scribijn): Pascal Herck
rue de la Station 5/2A - 4910 THEUX - cGFzY2FsLmhlcmNrQGJlbGdhY29tLm5ldA==

Penningmeester (Grand Argentier - schatkistbewaarder): Paul PIRARD
rue Chaussée 12 in 4910 THEUX - cGF1bC5waXJhcmRAZXVwaG9ueW5ldC5iZQ==