Persoonlijke hulpmiddelen

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Navigation

Navigation
Menu de navigation
U bent hier: Home / VRIJE TIJD / Toerisme / THEUX, land van geschiedenis
Document acties

THEUX, land van geschiedenis

Theux ligt aan de Hoëgne, op een hoogte van 220 meter, in het noordwesten van het plateau van de Hoge Venen en ten zuiden van het plateau van Herve. In de kom van de vallei vindt men zeer vruchtbare alluviale gebieden. Rondom biedt het bos een uitstekend toevluchtsoord en een onmisbare bron voor allerlei soorten activiteiten.

De site van Theux werd sinds het mesolithicum bewoond. Het bewijs werd geleverd door de ontdekking van microlieten in de afzetting van de Ourlaine. Het bronzen tijdperk wordt vertegenwoordigd door ceramiek en sporen van houtskool. Iets wat op een graf met een strijdwagen lijkt, getuigt van het ijzeren tijdperk. Sinds de eerste eeuw van onze jaartelling kwamen de Gallo-Romeinen zich op de site van Theux vestigen en noemden ze het TECTIS. Bij archeologische opgravingen die sinds de 19de eeuw plaatsvonden, werden drie begraafplaatsen blootgelegd (ongeveer 200 graven), de overblijfselen van een fanum (tempel) en een hypocaustum (ondergrondse verwarming). Er werden enkele beelden en gebruiksvoorwerpen ontdekt die in zeer uiteenlopende materialen waren uitgevoerd: ijzer, brons, glas, ceramiek, lood, …

De Gallo-romeinse site van Theux werd in de 3de eeuw verwoest. Ze hernam haar activiteit aan het einde van de 4de eeuw en ze werd in het begin van de 5de eeuw opnieuw door binnendringende Germanen verwoest. Misschien liggen zij aan de oorsprong van een heidens gebouwtje van voor de 4de - 7de eeuw op de plaats waar tegenwoordig de kerk van Theux staat. Deze gebedsplaats werd waarschijnlijk door een Merovingische vorst gekerstend. Ze werd ten dienste van het hof en het personeel van bosbeheer en het koninklijk domein tot een kapel omgevormd.

Theux wordt voor het eerst vermeld op een oorkonde uit 814 waarmee Lodewijk de Goedhartige onroerende goederen aan de abdij van Stavelot-Malmedy schonk. De palts (verblijfplaats) van de Merovingische koningen wordt in 820 en in 827 vernoemd. Op 8 oktober 898 stond koning ZWENTIBOLD aan FRANCON, bisschop van Luik, het domein van Theux af, met behoud van het jachtrecht, dat in 915 door Karel III De Eenvoudige werd overgedragen.

Het oorspronkelijke grondgebied van Theux bestond uit de banken Theux, Sart, Jalhay en Spa en later ook de bank van Verviers. (De naam FRANCHIMONT verschijnt echter pas in 1155). Het vormde veel later, pas vanaf de 16de eeuw, een grote kasselrij die het 'Margraafschap van Franchimont' werd genoemd. Aan het hoofd ervan stond een burggraaf die de functie van prins-bisschop uitoefende. Vanaf 1550 had hij de titel van landvoogd.

In de tweede helft van de 9de eeuw werd de Karolingische kerk gebouwd, een bouwwerk van 19 meter lang en 6 meter breed waar de funderingen nog steeds van bestaan. Een deel van de huidige kerk, de drie kerkschepen, werd rond 1019 gebouwd. Het is een kerkhal, de enige die tussen de Loire en de Rijn bewaard bleef. Ze bevat mooie romaanse doopvonten. De toren werd in de tweede helft van de 13de eeuw gebouwd: ze wordt bekroond met een opvallende uitspringende torenomloop. Volgens een dendrochronologische studie dateert hij uit 1345. Het gotische koor werd in de 16de eeuw opgericht.

Het kasteel van Franchimont wordt voor het eerst in 1155 vernoemd, maar het werd in de loop van de 11de eeuw gebouwd. Het is het militaire, gerechtelijke en administratieve centrum van deze enclave in het land van Luik. De kasteelheer vertegenwoordigde er de prins-bisschop: hij werd door hem of door het kathedraalkapittel benoemd. In de 12de eeuw wordt het kasteel enkele jaren door de hertog van Brabant bezet. In 1236 wordt Theux in brand gestoken en het kasteel gedeeltelijk door Waleran de Limbourg verwoest. In 1263 wordt de vesting vruchteloos door Lotharingse troepen belegerd. In 1285 viel de vroegere prins-bisschop van Luik, Henri de Gueldre, het kasteel aan en wordt hij aan de voet ervan gedood. In 1387 wordt het door een toevallige brand verwoest en door prins-bisschop Arnould de Hornes weer opgebouwd. In 1456 ontvangt Theux, hoofdbank van de kasselrij, de titel van Stad. In 1457 kreeg het als symbool van de poorterrechten een perroen.

In de nacht van 29 op 30 oktober 1468 probeerden de '600 Franchimontezen' tevergeefs om Karel de Stoute, de hertog van Bourgondië, te overmeesteren wiens troepen de stad Luik bedreigden. Als represaille plunderden de Bourgondische legers het Land van Franchimont: ze vernietigden alle ijzermolens die zeer talrijk waren in de streek, en het Perroen van Theux. (sindsdien werd het twee keer vervangen). In 1477 werd de kasselrij van Franchimont aan Willem van der Marck verpand. In 1487 belegerde prins-bisschop Jan, graaf van Horn tevergeefs het kasteel.

De geheime onderhandelingen om de verpanding te beëindigen, werden in 1504 afgesloten en het jaar daarop ging de kasselrij terug naar het prinsdom Luik. In datzelfde jaar 1505 wordt Erard van der Marck tot prins-bisschop van Luik gekozen. De veiligheid van het grondgebied was onder zijn briljante bewind een van de grootste bekommernissen. Hij liet de vestigingen van het prinsdom, met name die van Franchimont, onderhouden en heropbouwen. Aan het einde van de 16de eeuw worden op het kasteel beroemde persoonlijkheden ontvangen die op weg zijn naar de bronnen van Spa.

Tussen 1574 en 1789 werd het markgraafschap Franchimont door de familie de Lynden geregeerd. De bank van Theux strekte zich over 22 gehuchten uit: La Reid, Becco, Desnié, Winamplanche, Hodbomont, Mont, Jevoumont, Juslenville, Pepinster, Oneux, Polleur, Fays, Jehanster, Mangombroux, Spixhe, Sassor, Sasserotte, Rondehaye, Chaityfontaine, Hestroumont, Devant Staneux en Marteau. Het werd bestuurd door een 'Regentschap' dat uit drie lichamen bestond:

1) de afgevaardigden van de gehuchten of volksvertegenwoordigers

2) de afgevaardigden van de notabelen

3) het Magistraat, dat twee burgemeesters en zeven commissarissen omvatte.

Toch had het dorp Marché van een apart bestuur, een privilege dat het wegens zijn verplichting tot bewaking van het kasteel toegekend had gekregen; pas in 1712 werd het met de 22 andere gehuchten gelijkgesteld.

Theux bezat een gerechtshof. Het kasteel van Franchimont bleef tot de Revolutie de enige gevangenis van de vijf banken. Toen die begon, bleef het kasteel gespaard. Het diende zelfs als vergaderplaats voor het Congres van Polleur maar vanaf 1793 viel het ten prooi aan plundering en verwoesting. In het jaar IV (1795) werden La Reid en Polleur van Theux afgescheurd en werden het onafhankelijke gemeenten. Pepinster werd in 1848 onafhankelijk. In 1866 wordt het grondgebied van de gemeente door cholera geteisterd. De eerste epidemie maakte 171 slachtoffers, de tweede 26. Op 9 augustus 1944 werden verschillende mensen gedood in een bombardement dat ook verschillende huizen in het centrum van Theux verwoestte.

De oorspronkelijke parochie Theux strekte zich over bijna het hele grondgebied van het oude markgraafschap uit. Ze verkleinde in de loop van de eeuwen toen er nieuwe parochies werden opgericht: Eerst Sart, op een onbekende datum, Jalhay en Spa in de 16de eeuw, Becco, La Reid en Polleur in 1803, Pepinster in 1834, Jehanster in 1842, Desnié in 1845, Juslenville in 1888, Oneux in 1903, … In 1640 stichtte Anne de Boemael een Dominicaans klooster. Het verdween na een arrest uit 1824 waarin het verbod om novicen te ontvangen kreeg opgelegd.

In Theux zijn sporen terug te vinden van de ceramiekindustrie, de winning van ijzer en zwart marmer in de Romeinse tijd. De ijzerindustrie, de belangrijkste bron van inkomsten van de inwoners, herleefde na de ramp van 1469. Talrijke waterkanalen werden gegund; zij dreven de blaasbalgen van de hoogovens, de hamers van de smeden en de plaatslagerijen aan. Na zijn opmerkelijke bloei stortte de metaalindustrie aan het einde van de 17de eeuw volledig in. In die tijd sponnen en appreteerden de inwoners thuis wol. Ze leefden ook van de schapenteelt en de graanteelt. In de 19de eeuw kwam er definitief een einde aan de ontginning van ijzer en lood en de zwart marmergroeve. De verlaten industrieterreinen werden bebost of in weiden veranderd en de graanteelt werd door vetweiders vervangen

De industrie ontwikkelde zich door de vestiging van wasserijen, wolspinnerijen en leerlooierijen. Theux profiteerde van het verbeterde wegennet: de baan van Luik naar Spa die in 1766 door Louveigné werd voltooid; die van Theux naar Verviers in 1771 door Heusy, die van Chaudfontaine via Pepinster naar Theux in 1825. De spoorlijn Verviers-Spa werd in 1853 ingehuldigd en tot slot liep de autosnelweg Verviers-Prüm over het grondgebied van Theux.

In deze gemeente van 8633 ha wordt momenteel 3165 ha voor de landbouw gebruikt. Er zijn nog 163 landbouwbedrijven die soms zeer klein zijn. De leerlooierijen zijn verdwenen maar niet de textiel- en metaalindustrie. De handel bloeit.

Theux bezit drie rusthuizen, een revalidatiecentrum, een tehuis voor sociaal gehandicapte kinderen. In Marché bevindt zich het Institut Saint-Roch, een vrije middelbare en normaalschool. In La Reid is het Institut Provincial d'enseignement agricole, forestier en papetier gevestigd. (provinciaal instituut voor landbouw-, bosbouw-, en papiermakersonderwijs) Ook in La Reid bevindt zich een dierenpark met heel wat voorbeelden van de Europese fauna.

Op 1 januari 1977 werden de gemeenten La Reid en Polleur als gevolg van de wet van 30 december 1975 houdende de fusie van gemeenten weer bij Theux gevoegd.