Persoonlijke hulpmiddelen

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Navigation

Navigation
Menu de navigation
U bent hier: Home / VRIJE TIJD / Toerisme / THEUX, land van geschiedenis / La Reid
Document acties

La Reid

Ø Prinsdom Luik (Markgraafschap Franchimont, bank van Theux)
Ø Departement van de Ourthe.
Ø Provincie Luik.
Ø Arrondissement Verviers.
Ø Bisdom Luik

La Reid werd voor het eerst in 1323 als 'Ries' vernoemd, was oorspronkelijk opgenomen in de fiscus van Theux en was tot het einde van het Ancien Régime een onderdeel van de 'Terre de Franchimont'. Het hing af van het gerechtshof in Theux. Nochtans werden de dorpen La Reid, Becco en Winamplanche in 1619 afgescheurd en aan Simon de Maretz in onderpand gegeven, maar dit was slechts van korte duur.

De gebruiksrechten op Porallée Miraculeuse Dieu et Saint-Pierre, een immense ruimte met heidevelden die tegenwoordig bebost zijn, waren slecht omschreven tussen het prinsdom Luik, het hertogdom Luxemburg en het hertogdom Limburg. In de 16de en 17de eeuw ontstonden verschillende grensconflicten tussen de mensen van La Reid en Becco aan de ene kant, en de inwoners van Remouchamps en andere 'Porallistes' aan de andere kant. Onder het Franse regime werden deze gronden, die in feite aan niemand toebehoorden en waarvan het gebruik verbonden was aan het verblijf in een bepaald circuit, voornamelijk door de gemeenten La Reid en Aywaille opgeëist. In 1830 vond er een verdeling plaats.

Een gelijkaardig probleem deed zich voor m.b.t. de gemeente Saint-Remacle die aan de prins-bisschop van Luik behoorde maar waarop de prins-abt van Stavelot bepaalde aanspraken deed gelden. In 1768 maakt een verdeling een einde aan het conflict. Op 18 november 1794 geraakten de Fransen en Oostenrijkers slaags in het gehucht 'Hautregard'. In het jaar IV (1795) werd La Reid van Theux gescheiden.

De 'Capella Dellere' die voor het eerst in het prebendenregister van 1558 wordt vernoemd, werd in 1803 een parochiekerk. In datzelfde jaar kreeg ook Becco een hulpkerk terwijl Desnié en Winamplanche er respectievelijk pas in 1845 en 1842 een kregen. Onder het Ancien Régime vestigde de ijzerindustrie zich in La Reid en in de rest van het markgraafschap van Franchimont. Aan het begin van de 16de eeuw werd er vergunningen voor waterkanalen verleend om de hoogovens aan te drijven: een daarvan, die in 1505 was gebouwd, werd in 1566 tot een gereedschapsmakerij omgebouwd. De teelt van schapen die men op de heide liet grazen, de bewerking van magere graanvelden, het spinnen van wol thuis waren de andere voornaamste bronnen van inkomsten. Vanaf de 19de eeuw kwamen er steeds meer ontginningen. Tegenwoordig leven de inwoners vooral van vetweiderij (1.393 ha) terwijl de bossen 975 (ha) de gemeente veel geld opbrengen.

In 1953 komt het Institut Provincial d'Enseignement agricole, forestier et papetier zich in LA REID vestigen, en ook het home Gobert Martin (een afdeling van het OCMW van Verviers) waar longziekten worden behandeld. Op het grondgebied van La Reid vindt men ook een wildpark waar heel wat Europese diersoorten, waaronder wolven in halve vrijheid leven.

De bevolking, die sterk verspreid over de vier dorpen en de talrijke gehuchten leeft, begon sinds het begin van de 19de eeuw voortdurend terug te lopen. Anderzijds voelden steeds meer stedelingen zich aangetrokken door de schoonheid van het landschap en vestigden ze hun tweede, of zelfs hun hoofdverblijf steeds vaker in La Reid.