Persoonlijke hulpmiddelen

Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Navigation

Navigation
Menu de navigation
U bent hier: Home / VRIJE TIJD / Toerisme / THEUX, land van geschiedenis / Polleur
Document acties

Polleur

Ø Prinsdom Luik (Markgraafschap Franchimont, bank van Theux)
Ø Departement van de Ourthe
Ø Provincie Luik
Ø Arrondissement Verviers
Ø Bisdom Luik

Polleur dankt zijn naam aan de rivier die er door stroomt: de Hoëgne die vroeger de Polleur werd genoemd. De vorm Poleda kwam reeds in 898 voor. Polleur lag tussen het domein van Theux dat koning Zwentibold in 898 aan de bisschop van Luik had geschonken en deelde tot het einde van het Ancien Régime het bankleven van Theux. Karel de Stoute, die het markgraafschap van Franchimont verwoestte, heeft vijf of zes dagen in Polleur gelogeerd. Tussen 1610 en 1620 werd het dorp door de pest gedecimeerd. In 1676 werden 27 huizen door brand verwoest.

Tijdens de Luikse Omwenteling kwamen de afgevaardigden van de vijf banken van het markgraafschap van 26 augustus 1789 tot 23 januari 1791 eerst in Polleur, dan in Theux en vervolgens in Spa bijeen: ze hielden vijfentwintig zittingen die onder de naam het Congres van Polleur bekend staan en waarin de Franchimontese natie een Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger proclameerde (16 september 1789) die radicaler was dan degene die rond die tijd in Frankrijk werd aangenomen. De congresleden verweten de Luikenaren hun lauwheid: ze reclameerden en verkregen toelating van de afgevaardigden van de campagnes tot de derde stand. In het jaar IV (1795) werden Polleur en Theux gescheiden en werd het een autonome gemeente.

De heerlijkheid Jehanster op het grondgebied van de gemeente hing af van het feodale hof van Luik; Thierry de Moylan deed in 1372 het relief ervan. Ze ging over in de handen van verschillende eigenaars. Ze werd op 26 maart 1705 aan Henri Thomas de Goer de Herve overgedragen en bleef tot de Revolutie in deze familie. Polleur bezat een kapel die minstens uit 1450 dateert. Ze werd in 1803 als hulpkerk opgericht. Die van Jehanster werd parochiekerk in 1835.

De brug van Polleur die in 1767 werd heropgebouwd, wordt voor een oude plaatselijke gewoonte gebruikt: daar zetelt namelijk een folkloristisch tribunaal dat de Coucou (de laatst getrouwde man van het jaar) veroordeelt om in de rivier te worden gegooid. Sinds de 15de eeuw bestonden er een aantal ovens om ijzer te smelten, maar ze hadden veel te lijden van de woede van Karel de Stoute die 'fist brûler toutes les maisons et rompre tous les moulins à fer qui estoient au pays quy est la plus grande façon de vivre qu'ils (les habitants) ayent'. (alle huizen in brand stak en alle ijzermolens liet verwoesten die de grootste bron van inkomsten van de inwoners van het land vormden).

Ph. De Commines

In de eerst helft van de 16de eeuw werden er inspanningen geleverd om de ovens te herbouwen die de volgende eeuw zouden verdwijnen. In 1587 werd er een smelterij ingericht. In de 18de eeuw verving de ontwikkeling van het textiel gedeeltelijk de zieltogende metaalnijverheid. Langs de Hoëgne werden enkele vollersmolens en spinnerijen gevestigd. Terwijl de inwoners van Polleur zich een deel van het jaar met landbouw bezig hielden, bewerkten ze thuis wol.

In de 19de en 20ste eeuw valt er geen enkele industrie van belang te vermelden. Polleur is vooral een plattelandsgemeente die van de vetweiderij leeft. Momenteel zijn er nog zo'n vijftigtal landbouwbedrijven. Een intensief woningbouwbeleid heeft er echter voor gezorgd dat de gemeente een residentieel karakter kreeg. Van 1930 tot 1976 steeg het inwoneraantal van 1308 tot 2751. De autosnelweg Verviers-Prüm (A27) loopt door Polleur. Voortaan ligt de vallei van de Hoëgne in de schaduw van een indrukwekkend viaduct met een totale lengte van 464 meter.